|
 |
 |
Naarmate er in Holland meer woeste gebieden
werden ontgonnen en binnenmeren werden ingepolderd, nam de landbouw
productie toe. Er werd meer geoogst dan men eigenlijk nodig had
en de overproductie vond z'n gang naar de markt, het aantal markt
steden steeg en de geografische ligging van sommige steden bevorderde
de groei van de markthandel. Belangrijke marktsteden uit de oude
tijd waren naast Zwolle: Wijk bij Duurstede, Tiel, Utrecht, Deventer,
Bergen op Zoom, Dordrecht, Hoorn, Leiden en natuurlijk Amsterdam.
Al vroeg in de 13de eeuw trokken boeren uit het omliggende platteland
naar de Utrechtse markt. Ze ruilen hun goederen voor graan, slachtvee,
gevogelte, groente, kaas, boter en eieren. Rond 1500 lieten Leidse
kooplieden van zich spreken door met tentwagens vol lakens naar
de jaarmarkten in Duitsland te gaan om op de terugweg handelswaar
voor de Leidse markt mee te brengen. In Amsterdam ontstonden
de eerste markten langs de grachten. Dit kwam mede door de gemakkelijke
aanvoer van handel met behulp van schuiten.
|
Meestal bestonden deze markten maar uit
een paar kramen en waren zij voor de speciaal markten. Doordat
de handel vaak eenzijdig aangevoerd werd, ontstonden de zogenoemde "speciaalmarkten". Voor
boter ging je naar de botermarkt, turf kocht je op de turfmarkt
en je melkkannetje liet je natuurlijk op de melkmarkt vullen.
Denkt U maar eens aan de markt voor garen, lammeren, kalveren,
huiden, linnen, leer, hout, zaden, eieren, kippen, kolen, appels,
wortelen, hennep, bezems, kannen, zand, en noem maar op...
Ook ligt het voor de hand dat bijvoorbeeld vis markten werden
gehouden in plaatsen waar de vis makkelijk en vooral snel (vis
bederft namelijk snel) per schuit aangevoerd kon worden en dat
de eerste vee- varkens-, ossen-, en lammerenmarkten de aanvoer
kregen uit de naburige boeren streken. Turfmarkten floreerden
vooral in gebieden waar weinig bomen groeiden. Veel plaatsen danken
hun faam aan de speciaalmarkten. Zo was Zwolle voor vee, Kampen
voor boter en Gouda voor kaas.
In veel streken werd de markt naar de tijd van het jaar genoemd,
zo was er de Voorjaars markt, de Vroege markt, de Palmmarkt, de Meertekuur,
de Meimarkt, de goede vrijdag markt, de Koldermarkt de Lestemarkt en nog vele meer.
|
In de vroege middeleeuwen ging het koopmansgilde
zich bezig houden met de handel op de straten en pleinen. Veruit
de meeste marktkooplui waren analfabeten die noch lezen noch schrijfen
konden, de tegoeden van de marktklanten werden door middel van een
kerf in een stok bijgehouden, vandaar de oud Hollandse spreuk
"Iets op je kerfstok hebben"
Tot aan het eind van de 18-de eeuw maakten de markthandel op de
straten en pleinen in Holland de dienst uit, daarna kwam het winkelbedrijf
de kop op zetten en deze eisten ook een deel van het huishoudgeld
van het gezin! Het altijd zo goed bezochte en leuke markt bezoek
raakte in een impasse. Mevrouw kocht haar boodschappen in de sjieke
winkel en haar diensbode of butler haalde de goederen op de dagelijkse
markt.
|
Markten zijn al heel oud, de jaarmarkten
waren ontstaan uit de viering van rooms-katholieke heiligendagen.
Vaak reisde men per voet of met paard en wagen.
Zo'n dag was natuurlijk een unieke gelegenheid om bijvoorbeeld
veel paarden bij elkaar te zien. Zag je een mooi en goed paard
dan kon je er ook een bod op doen! Zo is de paarden markt eigenlijk
ontstaan. Het Zuidhollandse Valkenburg heeft rond de 11-de eeuw,
de eerste paardenmarkt gehouden, volgens oude geschriften en naast
paarden werden er allerhande goederen te koop aangeboden op het
plaatselijke kerkplein.
|
|
|